Specilialisaties

Keel-Neus-Oorheelkunde

Als KNO-arts houd je je als heelkundig specialist bezig met het voorkomen, diagnosticeren, begeleiden en behandelen van patiënten met aandoeningen van de keel, de neus en het oor in hun onderlinge samenhang. Het vak omvat ook de heelkunde van het hoofd-halsgebied en de plastische en reconstructieve aangezichtschirurgie.

Het is een communicatief en afwisselend vak: Je behandelt patiënten van alle leeftijden, zowel op de polikliniek als de OK. Het betreft het hele scala van acute zorg (bijvoorbeeld acute luchtwegproblematiek) tot (micro-)chirurgie en conservatieve therapie bij chronische aandoeningen als neusbijholtenpathologie en slechthorendheid.

  • De opleiding Keel-Neus-Oorheelkunde duurt nominaal 5 jaar, maar gemiddeld zullen aios 3 maanden verkorting krijgen op grond van eerder en sneller verworven competenties, waarmee de gemiddelde opleidingsduur 57 maanden bedraagt.

    In de Leidse OOR stroom je als aios het eerste jaar in bij het LUMC, waarin ook de zaalstage valt. Daarna doorloop je tijdens de opleiding stages op het gebied van de Audiologie, Hoofdhals-oncologie, Laryngologie (slik- en stemproblematiek), Otologie (oorchirurgie),  Plastische Reconstructieve Aangezichtschirurgie, Vestibulologie (evenwichtsproblematiek), Schedelbasispathologie, en spoedeisende KNO-zorg. Daarnaast volg je het wekelijkse regionale cursorisch onderwijs en neem je deel aan een aantal verplichte cursussen en discipline-overstijgend onderwijs.

    Je zult tijdens je opleiding minimaal twee periodes van 12 maanden doorbrengen in twee van de drie niet-universitaire opleidingsklinieken van de OOR. Centrale elementen binnen deze perifere delen van je opleiding zijn de algemene KNO en de stages Neusbijholten, Allergologie, OSA (obstructief slaap-apnoe) en Rhinologie (neuschirurgie). Daarnaast participeer je in algemene spreekuren en OK’s. Het laatste jaar van je opleiding is het zogenaamde differentiatiejaar, waarin je je verder bekwaamt in een specifiek aandachtsgebied (zie onder stages). De laatste 3 maanden gaat je ook terug naar de eerste perifere kliniek waar je stage gelopen hebt om je chirurgische vaardigheden in de algemene KNO op te frissen.

  • De aios mag in het laatste jaar van de opleiding (‘differentiatiejaar’) één van de volgende zes opleidingsaccenten kiezen (gemiddeld 20% van een volledige werkweek):

    1. Otologie/vestibulologie
    2. Rhinologie
    3. Laryngologie
    4. Hoofd-hals oncologie en chirurgie
    5. Plastische en reconstructieve aangezichtschirurgie
    6. Slaapgerelateerde stoornissen, snurken en OSA
    7. Pediatrische KNO-heelkunde

    Deze differentiatiestages kunnen in overleg met de opleider zowel binnen als buiten de Leidse OOR plaatsvinden. Kernwaarde in deze fase is ‘individualisering van de opleiding’.

  • LUMC
    Opleider:  Prof.dr.ir. J.H.M. Frijns
    Plaatsvervangend opleider: dr. E.F. Hensen
    Opleidingsondersteuner:  mw. C. Mugge
    Tel.: 071-52 62434 / 63404
    C.Mugge@lumc.nl

    HMC
    Opleider: dr. H.P. Verschuur
    Plaatsvervangend opleider: S.C.P.M. Theunissen

    Alrijne
    Opleider: dr. M.E. Cornet
    Plaatsvervangend opleider: drs. T.J. van Hees

    GHZ
    Opleider: dr. H.A. Westerbeek
    Opleider: dr. R. Tjon-Pian-Gi